Gemeenschap draait om verscheidenheid. En eenheid betekent niet dat iedereen hetzelfde moet zijn. Maar soms kunnen verschillen mensen ook uit elkaar drijven. Wat in zulke situaties helpt, legt stamapostel Helge Mutschler uit in het derde deel van het interview.
Hoe ziet u de gemeente van de toekomst voor zich?
Voor mij gaat het bij de gemeente van de toekomst niet om de grootte of de structuur. Het gaat om verbondenheid. Ik zou graag gemeenten zien waarin ruimte is voor zielzorg, waar gemeenteleden elkaar niet alleen zien, maar ook werkelijk oog voor elkaar hebben. Een plek waar iedereen terechtkan, met al zijn vragen en kwetsbaarheden, en toch weet: hier hoor ik thuis. Een plek waar verbondenheid, vertrouwen, onderlinge relaties en liefde zijn. Want dat is de hemel, en wij bereiden ons voor op de hemel.
Ik stel me dat graag voor als een tafel waaraan voor iedereen plaats is. En iedereen betekent ook echt iedereen: groot en klein, sterk en zwak, actief en minder actief, degenen die er al heel lang bij zijn en degenen die nog moeten komen. En die tafel is tenslotte niet van mij. Ik ben niet degene die anderen uitnodigt. Ik zit zelf aan tafel omdat iemand mij heeft uitgenodigd.
Wat betekent de kerk voor u?
De kerk is de plaats waar Christus centraal staat, waar Christus werkzaam is. Overal waar Hij centraal staat, is kerk, ook als er maar twee of drie mensen bijeen zijn. Waar Hij niet centraal staat, is geen kerk, ook al zijn er duizend mensen aanwezig.
Op welke gebieden moet de kerk vasthouden aan wat er is?
Continuïteit betekent niet dat alles moet blijven zoals het was. Het betekent dat het wezenlijke behouden blijft: de leer van de apostelen, de gemeenschap, het breken van het brood en het gebed. Het apostolaat is geroepen om ons daaraan te herinneren. Het is de taak van de kerk om dit mogelijk te maken. En het is de roeping van allen die Christus volgen om hieraan in het dagelijks leven invulling te geven.
En op welke gebieden moet de kerk nieuwe wegen inslaan?
We mogen onze wortels nooit vergeten. Ik spreek er vaak over hoe belangrijk zielzorg voor mij is. Daar ligt de oorsprong van onze kerk, maar voor mij maakt zielzorg net zo goed deel uit van haar toekomst. Misschien vragen sommige onderwerpen om een nieuwe aanpak, terwijl we bij andere juist moeten terugkeren naar wat ons tot nu toe heeft gedragen. Bij dit alles kunnen we echter putten uit de grote rijkdom van onze verscheidenheid: de verscheidenheid aan culturen, ervaringen en manieren waarop mensen hun geloof beleven. En daarmee kom ik terug bij mijn uitgangspunt. Onze verscheidenheid is onze rijkdom, zolang die ons niet verdeelt.
In welke situaties vindt u het persoonlijk moeilijk om verschillen te accepteren?
Niet als het om de verschillen zelf gaat. Een andere traditie, een andere cultuur, een andere manier om vragen te stellen, daar heb ik geen moeite mee. Meestal leer ik er zelfs iets van. Waar ik wel moeite mee heb, zijn mensen die zichzelf centraal stellen. Mensen die altijd gelijk moeten hebben. Die geen andere mening accepteren dan hun eigen mening. Die alleen maar het woord voeren om gehoord te worden, niet omdat ze iets te zeggen hebben. En ik zeg dit heel bewust: dat is geen verscheidenheid. Het is juist het tegenovergestelde.
Ons streven zou veeleer moeten zijn: ‘acht in alle nederigheid de ander belangrijker dan uzelf’ (Filippenzen 2:3). Om die uitspraak draait alles. Wie daartoe in staat is, hoeft anderen niet langer alleen maar te verdragen. Hij kan van hen leren en hun de ruimte geven. Dat geldt ook voor mij, en voor mij in het bijzonder.
Waar ervaart u binnen de wereldwijde kerk nu al iets van die hemel waarover u eerder sprak?
Allereerst moeten we duidelijk maken wat we onder de hemel kunnen verstaan. Ik heb het niet per se over een plaats. Ik bedoel een relatie. Verbondenheid, vertrouwen, liefde. Dat is de hemel. En die ervaar ik nu al.
Ik ervaar dat in de consistorie. Dan zit ik daar met ambtsdragers die ik voor het eerst ontmoet. We komen uit verschillende landen, spreken verschillende talen en leiden totaal verschillende levens. En toch voel ik: we houden van dezelfde Heer en verwachten hetzelfde. Niemand hoeft daar iets over te zeggen. Het is er gewoon.
Ik ervaar die hemel tijdens de dienst, wanneer ik de mensen in het gezicht kijk. Volslagen onbekenden. Ik ken geen van hun namen. En toch denk ik dan: dit zijn mijn broeders en zusters. We kennen elkaar niet. Maar in ons hart kennen we elkaar wel. En dat is al heel lang zo.
Dat is de hemel waarover ik spreek. Het is niet iets wat pas aan het einde op ons wacht. De hemel begint hier en nu.
Bron en foto: NAC Today
27. oktober 2026
