Pastorale zorg ligt hem na aan het hart. Wat ontbreekt er? Wat is absoluut noodzakelijk? En wat is er mogelijk? Lees het tweede deel van onze interviewreeks met stamapostel Helge Mutschler.
U beschrijft de pastorale zorg als een pijler van onze kerk. Vertoont deze pijler scheuren?
Ja, deze pijler vertoont scheuren. En ik kan u zelfs vertellen waar. Niet daar waar afspraken slecht worden gecoördineerd, maar daar waar helemaal geen relatie meer bestaat. Relaties ontstaan op basis van drie dingen: belangstelling, empathie en oprechtheid. Alle drie zijn noodzakelijk en geen ervan kan worden vervangen.
Als ik niet oprecht geïnteresseerd ben in de ander, als het mij eigenlijk niet interesseert hoe het met iemand gaat, wat hem bezighoudt of waaronder hij lijdt, dan ontstaan er scheuren. En zoiets kun je niet voorschrijven. Je kunt iemand niet opdragen belangstelling te hebben voor zijn broeder of zuster. Pastorale zorg mag geen verplichting worden. Wat ik wil, is dat pastorale zorg voortkomt uit een oprecht verlangen.
Hoe kan dit verlangen naar pastorale zorg in de praktijk werkelijkheid worden?
Binnen de kring van districtsapostelen werken we momenteel aan een document over dit onderwerp. Het is nadrukkelijk niet bedoeld als een verzameling voorschriften. Het gaat er juist om een visie te beschrijven. Want ik ben ervan overtuigd dat pastorale zorg niet zomaar een lastige taak is die je van een lijstje kunt afvinken. Het gaat om het onderhouden van relaties. En relaties vormen de kern van het hemelse leven.
Wanneer mensen dat eenmaal beginnen te begrijpen, zullen ze het niet langer uit plichtsbesef doen. Ze zullen het doen omdat het iets moois is. Dat is precies wat we willen benadrukken: geen nieuw programma, maar een uitnodiging.
En ik begin bij mezelf. Mijn pastorale zorggebied bestaat uit de districtsapostelen, hun echtgenotes en hun gezinnen. Verspreid over alle continenten. Het is waarschijnlijk een van de meest uitdagende pastorale zorggebieden ter wereld, als je naar de praktische organisatie kijkt (lacht). Maar juist daarom moet ik het doen. Het is één ding om over pastorale zorg te spreken, maar je moet die ook daadwerkelijk beleven.
U hebt ooit gesproken over het drievoudige ‘ja’: ja tegen God, ja tegen de naaste en ja tegen jezelf. In welke situaties ziet u dat mensen vooral met dat derde ‘ja’ worstelen?
Overal. Ik ben nog niemand tegengekomen die dat derde ‘ja’ gemakkelijk vindt. We leven immers in een wereld waarin we ons voortdurend met anderen vergelijken. Met de carrière van een collega, het huis van de buren of het ogenschijnlijk perfecte leven van anderen op sociale media. Of simpelweg met ons eigen ideaalbeeld, waaraan we eigenlijk nooit helemaal kunnen voldoen.
Daar komt geen ‘ja’ uit voort. Hooguit een vermoeid ‘Ach ja’. We hebben voortdurend het gevoel dat we tekortschieten. We zijn te langzaam, te onvolmaakt.
Wat is uw advies?
Het heeft geen zin om mezelf aan te praten dat ik ‘ja’ tegen mezelf moet zeggen. De sleutel ligt niet in mijn eigen ‘ja’. Misschien ben ik daar namelijk helemaal niet toe in staat. De sleutel ligt in Gods ‘ja’ tegen mij.
Dat heeft Hij allang uitgesproken. Voordat ik er ooit om vroeg. Lang voordat ik ook maar iets had gepresteerd. Zelfs voordat ik bestond. Zijn ‘ja’ staat aan het begin, niet aan het einde.
Dit ‘ja’ geldt niet voor de mens die ik graag zou willen zijn, maar voor de mens die ik nu al ben. Hij kijkt naar mij en ziet alles, tot in de diepste, meest verborgen hoeken van mijn ziel. En toch blijft Hij mij welgezind. Hij blijft ‘ja’ tegen mij zeggen.
Wanneer ik dat eenmaal begrijp, verandert alles. Dan hoef ik mezelf niet meer met anderen te vergelijken. Niet omdat ik plotseling vind dat ik goed genoeg ben, maar omdat God al ‘ja’ heeft gezegd.
Zo ontstaat mijn ‘ja’ tegen God. Niet als een voorschot, maar als een antwoord. En dat ‘ja’ brengt mij een stap verder, want nu zie ik mijn naaste in hetzelfde licht waarin God mij ziet. En uiteindelijk kom ik misschien zelfs zover dat ik ook ‘ja’ tegen mezelf kan zeggen.
U hebt ooit heel openhartig verteld hoe u God tijdens een moeilijke periode in uw leven verwijten maakte en innerlijk afstand van Hem nam. Welk advies zou u iemand geven die zich in zo'n situatie bevindt?
Ik zou zeggen: ‘Maak Hem gerust verwijten. Maar blijf wel met Hem in contact. God loopt niet voor je weg, ook niet als je het niet met Hem eens bent.’
En dat zeg ik niet alleen in theorie. Ik heb het zelf meegemaakt. Ik was het niet met Hem eens. En toch merkte ik: Hij ging niet weg. Hij hield als het ware Zijn voet tussen de deur. Wat ik ook deed, Hij bleef.
Ik vond Hem koppig. Nog koppiger dan ikzelf, en dat wil wat zeggen (lacht)!
Op een gegeven moment begon ik te begrijpen dat juist daarin de kracht ligt: dat Hij niet weggaat, dat Hij het verdraagt wanneer ik Hem verwijten maak, dat Hij blijft, zelfs wanneer ik me van Hem afkeer.
En toen kwam er een moment, eerder dan ik had verwacht, waarop ik die voet tussen de deur wat aandachtiger begon te bekijken. Alleen die voet. Meer kon ik in het begin niet opbrengen. Maar vanaf die voet ging mijn blik langzaam omhoog.
Uiteindelijk kon ik me helemaal omdraaien. Ik kon weer opkijken. En daar stond ik, met open mond, vol verwondering over Zijn grootheid.
Blijf dus met Hem verbonden! Ook als je in het begin alleen maar tegen Hem kunt uitvaren. Zelfs als je Hem alleen maar kunt aankijken als een kind dat koppig op de grond zit.
Hoe kan de kerk mensen in zulke situaties ondersteunen?
Daarvoor is pastorale zorg bedoeld. Het gaat erom dat er iemand is die er gewoon voor je is, zonder meteen op alle vragen een antwoord te willen geven.
Want soms is dat al voldoende: dat iemand bij je blijft, terwijl je zelf nog vol twijfels zit. Dat is precies wat God ook doet.
Bron en foto: NAC Today
21. oktober 2026
