Op zondag 23 juni 2024 zal districtsapostel Rainer Storck ambtsrust ontvangen en apostel Stefan Pöschel zal de leiding van het kerkgebied West-Duitsland overnemen. Het vierde en laatste deel van het interview gaat over de toekomst van het kerkgebied, de volgende generatie kerkbestuurders en een mogelijke Westduitse Kerkendag.
Apostel Pöschel, laten we de Nieuw-Apostolische Kerk even buiten beschouwing laten en naar de kerk van Christus in het algemeen kijken: wat zijn volgens u de uitdagingen voor de kerk in de komende jaren?
We hebben te maken met een steeds verdergaande secularisatie van de samenleving. Als christenen zullen we, in ieder geval in Duitsland, binnenkort in de minderheid zijn. Deze minderheid verheft haar stem nauwelijks meer. Dat is een fenomeen. Normaal gesproken vinden we dat minderheden des te luider worden; alleen de christen is heel erg stil. We willen niet meedoen met het rumoer van anderen, maar we willen wel onze waarden, die voortkomen uit het evangelie, laten horen en we willen dit samen met andere christelijke kerken doen.
De apostelen spreken er steeds weer over, hoe belangrijk de volgende generatie van de kerk is. Ook u, districtsapostel Storck, hebt de jeugd in het middelpunt geplaatst en meegeholpen aan de organisatie van vele jeugddagen, waaronder de Internationale Jeugddag. U heeft de jeugdleden in 2022 in Phantasialand uitgenodigd: Wat is volgens u belangrijk als het gaat om jonge gemeenteleden?
Het is nog steeds mijn grondovertuiging dat evenementen zoals de Internationale Jeugddag, het samenzijn in Phantasialand, belangrijk en goed zijn, dat de jongeren er blij mee zijn, dat ze er nog lang over praten, dat het de gemeenschap bevordert. Phantasialand is echter niet de plek waar jongeren bij elkaar worden gehouden. Ze kunnen er alleen naartoe gaan, ze kunnen er met hun familie naartoe gaan. De krachten die jongeren in onze kerk houden, zijn te vinden in de gemeente.
We hebben zoveel mogelijkheden om jongeren in te zetten dat we ze nog niet eens uitgeput hebben: van het verwelkomen van broeders en zusters tot soms het tellen van de offers. We moeten jongeren zoveel mogelijk betrekken, en niet alleen bij organisatorische zaken. We moeten het voor hen haalbaar maken om de taken van leerkrachten op zich te nemen, om bedieningen te doen; maar de belangrijkste focus ligt op de gemeente. Dus we kunnen bedenken wat we willen in Dortmund: we moeten ze een plaats geven in de gemeenschap. Dat is het allerbelangrijkste.
Offers tellen is niet per se een aantrekkelijke taak voor een jongere om enthousiast over te zijn. Waar krijg ik als jongere de kans om echt een actieve rol te spelen in het vormgeven van de kerk, behalve in het schoonmaken van de kerk, het versieren van de bloemen of het doen van een Schrftlezing in de "paasdienst"?
Het is hetzelfde als voor andere broeders en zusters. We hebben beperkte mogelijkheden wat betreft de ambtsdragers, wat betreft het houden van diensten. Het gaat om muziek, dirigeren, gemeenteteams en ik denk wel dat dit mogelijkheden zijn. Gespreksgroepen en aandachten kunnen ook door niet-ambtsdragers georganiseerd worden. Daar wordt nog veel te weinig gebruik van gemaakt. Dat moeten we stimuleren.
Apostel Pöschel, wat kenmerkte uw kindertijd en jeugd in uw geboortestad Dortmund?
Ik had een zeer actieve jeugdtijd in de gemeente en in het district. Dit veranderde later toen ik mijn eerste ambt aanvaardde; mijn kijk op de gemeente en de jeugdgroep werd gekenmerkt door nog meer gebed en toewijding. Maar ik kan zeggen dat ik als jongere een geweldige tijd heb gehad, waarbij evenementen zoals jeugdbijeemkomsten in Quelle en Hochdahl of jeugdkampen zoals in Darfeld en Schöller natuurlijk een rol speelden. Dat was typerend voor onze tijd. We hebben daar ook veel vrienden gemaakt.
Wat neemt u mee uit uw ervaringen voor de zielzorg in de komende jaren? Welke prioriteiten kunnen gesteld worden in de zielzorg voor kinderen en jongeren?
Ik heb het net gezegd voor de ambtsdragers: het is belangrijk dat we de inhoud van ons geloof voortdurend analyseren. We moeten niet aan de oppervlakte blijven, maar ieder individu - en dat geldt natuurlijk ook voor kinderen en jongeren in het bijzonder - kan dieper graven en zich bezighouden met de inhoud van het geloof. Dit zal een taak zijn waar we mogelijkheden willen creëren, maar ook waar we "mentorschap" over de generaties heen willen stimuleren, waar ouderen verslag kunnen doen van hun geloofservaringen, van gebedsverhoringen, van teleurstellingen in hun leven en dit kunnen doorgeven aan de volgende generaties.
Nu zijn er niet meer overal jeugdbijeenkomsten, er zijn minder jeugdseminars, het bezoek aan doordeweekse diensten neemt af en er zijn geen vrijetijdscentra meer (in Duitsland). Bestaat het gevaar dat we de afgelopen jaren de gemeenschap zijn vergeten?
De tendens naar individualisme en isolement zien we in de hele maatschappij. Maar we hoeven ons hier niet aan over te geven. Misschien is de plaats van gemeenschap aan het veranderen. Hadden we in het verleden de neiging om "speciale groepen" te hebben zoals jongeren of kinderen die samen in het district of in een andere context waren. Ik denk dat het in de toekomst zo kan zijn dat kinderen en jongeren steviger verankerd zijn in de gemeenschap, dat we het idee van de gemeenschap veel sterker beleven: over generaties heen.
Het is al genoemd: als we hier in Europa om ons heen kijken, hebben de kerken te lijden onder secularisatie en demografische ontwikkelingen. Districtsapostel Storck noemde dit al: locaties zijn of worden samengevoegd, het kerkbezoek is teruggelopen. Dat maakt het voor sommigen moeilijk om gemotiveerd te blijven om verder te gaan. Zijn er ideeën hoe wij de gemeenten weer kunnen motiveren?
Voor mij is de cruciale vraag waar onze kerk naartoe gaat. Worden we meer en meer een instelling die zich bezighoudt met administratie, het beheren van activa en het uitvoeren van financiële transacties? Of gaan we terug naar de kerk van Jezus Christus - we hebben een evangelie - en kijken we verder dan materiële zaken?
De stamapostel sprak hierover met Pinksteren. Wat is belangrijk? Wat speelt een grotere rol voor de broeders en zusters: de brunch na de kerkdienst of de ervaring van een kerkdienst. We moeten ervoor zorgen dat we de waarden weer in de juiste richting krijgen, wat voor mij een fundamentele taak is van het kerkgebeied en de wereldwijde kerk in het algemeen.
Het feit dat dit niet handig is en dat niet iedereen er blij mee is, dat je dan hoort: Ja, dan komen de kinderen niet meer, ze zijn heel andere dingen gewend op school - daar moeten we het maar mee doen. Misschien moeten we ons meer richten op de "core business" van het evangelie en de wederkomst van Jezus Christus. Dan krijgen de jongeren ook antwoorden op hun vragen.
Apostel Pöschel: ik ben het met de Districtsapostel eens. Laten we ons concentreren op onze kerntaak: laten we leven volgens de principes van het evangelie en deze waarden uitdragen in gezin, gemeente, buurt en omgeving. Een idealisering van gemeentegrootte, gemiddelde leeftijd, aantal kinderen en jongeren, kwaliteit van muziek, aanwezigheid van een koor en dergelijke is niet op zijn plaats.
Zelfs als het een kleine gemeente is, waar al deze voorwaarden slechts in beperkte mate aanwezig zijn, heeft het zijn rechtvaardiging als de Heilige Geest erin regeert en de gelovigen hun persoonlijke bijdrage leveren. Het is voor mij heel belangrijk dat we de plaatselijke gemeenten meer dan voorheen gaan zien als een geestelijke gemeenschap en dat we die minder afhankelijk maken van de vraag of er voldoende parkeerplaatsen zijn en of de kerkbanken eindelijk worden vervangen door stoelen. Ik zou tijdens mijn ambtsperiode graag een nieuwe zuinigheid zien in de gemeenten van West-Duitsland.
Hoe zien jullie beiden de toekomst van de gebiedskerk West-Duitsland? Waar staan wij over tien jaar?
Districtsapostel Storck: wij zullen er zijn. In welke orde van grootte en constellatie weet ik niet. Aan verdere grote fusies kunnen we denk ik niet denken, want dat zouden enorme structuren zijn, die voor een districtsapostel bijna niet meer te leiden zijn. Maar wat het geloof en de gemeenten betreft, heb ik zeker de hoop en de gerechtvaardigde overtuiging: waarom niet een beetje meer in plaats van een beetje minder?
Apostel Pöschel: als je het begrip kerkgebied vervangt door districtsapostelgebied, dan kan ik me zeker voorstellen dat de ene of het andere kerkgebied- dan echt in de ware zin van het woord - nog zelfstandiger wordt op het Afrikaanse continent. Dat hangt echter van verschillende factoren af. Dat zou dus het geval kunnen zijn. Voor de rest is mijn antwoord op de vraag waar ik ons over tien jaar zie, gebaseerd op mijn geloof: hopelijk op de dag des Heren; en zo niet, dan werken we door, zodat de Heer de volgende dag kan komen.
In 2013 was er een regionale kerkendag in Nordrhein-Westfalen en een paar weken geleden was er een regionale kerkendag in Zuid-Duitsland. Uiteindelijk spoorde districtsapostel Ehrich de andere aposteldistricten aan om ook een regionale kerkendag te organiseren. Was dit ook een thema op de districtsapostelvergadering?
Apostel Pöschel: strikt genomen was het geen onderwerp op de agenda, maar het was een van de levendige discussies: wat waren de inzichten, wat waren de ervaringen van degenen die de bijeenkomst organiseerden of eraan deelnamen? We hebben zeker de oproep gehoord die uit Karlsruhe kwam: beste mensen in het noordoosten en westen, waarom denken jullie er niet over na? Ja, daar zijn we inderdaad mee bezig, maar het is nog te vroeg om daar nu al over te speculeren.
Districtsapostel Storck, wat doet u het laatste weekend van juni, het eerste weekend na uw ambtsrust?
Ik zal de kerkdienst in de gemeente Issum meemaken (redactie: de gemeente Rheinberg wordt op dit moment verbouwd). Het weekend daarna zal de hele familie er zijn en zullen we zien hoe ik de eerste twee weken van mijn pensioen heb doorstaan.
Apostel Pöschel, op 23 juni krijgt u de opdracht tot districtsapostel. Wat is uw eerste opdracht op 24 juni?
Apostel Pöschel: op maandag zal ik 'het paard zadelen' en naar Dortmund vertrekken, naar de centrale administratie. Daar zullen wij een plechtigheid meemaken, waarin van onze huidige districtsapostel afscheid genomen zal worden. Aan de andere kant zal het zeker ook mijn taak zijn om de medewerkers hier toe te spreken en ze een goed gevoel, een gevoel van veiligheid te geven: Het zal net zo goed gaan als in het verleden.
Mijn allerlaatste vraag aan u, Districtsapostel Storck: Wat wenst u uw opvolger toe?
Districtsapostel Storck: Ik wens hem toe dat hij op de oude voet verdergaat, dat hij veel kracht heeft, dat hij het vertrouwen niet verliest en bovenal wens ik hem een goede gezondheid toe, wat heel belangrijk is.
Hartelijk dank voor het interview.
Tekst en foto's: NAK Westdeutschland
